ECLI:NL:CRVB:2008:BD9738
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J.P.M. Zeijen
- R.P.T. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante maakte bezwaar tegen de intrekking van haar WAO-uitkering per 11 februari 2005, omdat haar arbeidsongeschiktheid volgens het UWV minder dan 15% bedroeg. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde dat het onderzoek naar haar medische situatie en arbeidsmogelijkheden zorgvuldig was uitgevoerd.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij onterecht niet als arbeidsongeschikt werd beschouwd, onder meer omdat zij een psychodiagnostische depressie had en de bezwaarverzekeringsarts haar niet persoonlijk had onderzocht. Tevens stelde zij dat de arbeidskundige beoordeling onvoldoende was en dat de intrekking haar eigendomsrechten schond.
De Raad oordeelde dat het UWV voldoende gemotiveerd had dat de werkzaamheden binnen haar mogelijkheden lagen en dat de medische beoordeling, inclusief informatie van behandelaars en de RIAGG, zorgvuldig was. De Raad verwierp het beroep op eigendomsrecht, omdat het recht op WAO-uitkering afhankelijk is van de mate van arbeidsongeschiktheid en geen ontneming van eigendom plaatsvond.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat appellante niet meer voldoet aan de voorwaarden voor arbeidsongeschiktheid.