ECLI:NL:CRVB:2008:BD9584
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering WAZ-uitkering ondanks minder dan 25% arbeidsongeschiktheid
De zaak betreft het hoger beroep van het UWV tegen een uitspraak van de rechtbank Almelo die het besluit tot weigering van een WAZ-uitkering aan betrokkene bevestigde. De rechtbank had geoordeeld dat de arbeidskundige aspecten van de beoordeling onvoldoende waren onderzocht en gemotiveerd, mede vanwege tekortkomingen in het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS).
Het UWV stelde dat het aangepaste CBBS-systeem, na eerdere uitspraken van de Raad in 2004, de tekortkomingen had opgeheven en dat alle signaleringen van het systeem met toelichting moesten worden voorzien. De Centrale Raad van Beroep onderschreef deze stelling en oordeelde dat het aangepaste systeem betrouwbare signaleringen geeft over de belastbaarheid en geschiktheid van betrokkene voor functies.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank, behoudens het onderdeel over de griffierechtvergoeding, en verklaarde het beroep gegrond. Het bestreden besluit werd vernietigd, maar de rechtsgevolgen ervan bleven in stand. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €322 aan betrokkene.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van het UWV wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd, met behoud van rechtsgevolgen.