ECLI:NL:CRVB:2008:BD9341
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- K. Zeilemaker
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding en verzwegen vermogen
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder, maar het College stelde na onderzoek vast dat zij vanaf 23 augustus 2005 een gezamenlijke huishouding voerde met [G.] en dat zij in de periode 1 juli 2003 tot en met 31 oktober 2003 vermogen verzweeg in de vorm van een Mercedes Vito.
Het College trok de bijstand in en vorderde de ten onrechte ontvangen bedragen terug. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad oordeelde dat de auto in periode 1 feitelijk tot appellante behoorde ondanks dat deze op naam van [G.] stond, en dat appellante geen recht had op bijstand vanwege het te hoge vermogen.
Verder concludeerde de Raad dat appellante in periode 2 een gezamenlijke huishouding voerde met [G.], die zijn hoofdverblijf grotendeels bij haar had, en dat er sprake was van wederzijdse zorg en financiële verstrengeling. Appellante had dit niet gemeld, waardoor zij de inlichtingenplicht schond. Het College was daarom bevoegd de bijstand in te trekken en terug te vorderen. Er waren geen dringende of bijzondere omstandigheden om van het beleid af te wijken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd.