ECLI:NL:CRVB:2008:BD9273
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering arbeidskundige beoordeling
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering in te trekken op grond van een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15% per 23 november 2005. De rechtbank Roermond had het besluit in stand gelaten, stellende dat de medische en arbeidskundige beoordeling toereikend was.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het UWV haar medische beperkingen had onderschat, mede omdat onvoldoende informatie was opgevraagd bij haar behandelende psychiater. Ook betwistte zij de geschiktheid van twee functies die in de arbeidsongeschiktheidsschatting waren betrokken, onder meer vanwege gebrek aan kennis van tekstverwerking en computergebruik.
De Raad concludeerde dat de medische beoordeling voldoende was gemotiveerd en dat de psychiater geen aanwijzingen gaf voor een hogere mate van arbeidsongeschiktheid per de relevante datum. De arbeidskundige beoordeling was eveneens adequaat gemotiveerd, waarbij een functie werd vervangen door een andere zonder wijziging van de schatting van de mate van arbeidsongeschiktheid.
Echter, omdat de motivering van het besluit onvoldoende was toegelicht en pas in hoger beroep adequaat werd gemotiveerd, kon het besluit de rechterlijke toets niet doorstaan. De Raad vernietigde daarom het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht aan appellante vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.