ECLI:NL:CRVB:2008:BD8967
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- J.F. Bandringa
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAO-uitkering en arbeidskundige onderbouwing in hoger beroep
Betrokkene ontving een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid gerelateerd aan de ziekte van Hodgkin. Na een herbeoordeling in 2005 stelde een arbeidsdeskundige de arbeidsongeschiktheid op minder dan 15%, waarna het UWV de uitkering introk. Betrokkene maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank vernietigde dit besluit vanwege onvoldoende arbeidskundige onderbouwing van het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS) en beval een nieuw besluit op bezwaar.
In hoger beroep stelde het UWV dat zij niet verplicht was een nieuw besluit op bezwaar te nemen zolang het hoger beroep loopt, conform artikel 19 van Pro de Beroepswet. De Raad bevestigde dit en oordeelde dat het UWV in hoger beroep een aanvullend rapport van de bezwaararbeidsdeskundige had ingebracht, dat voldoende toelichting gaf op de arbeidskundige onderbouwing.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover deze het UWV verplichtte een nieuw besluit op bezwaar te nemen, maar liet de intrekking van de WAO-uitkering in stand. Er werden geen kosten toegekend aan betrokkene.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering blijft in stand zonder verplichting tot nieuw besluit op bezwaar.