ECLI:NL:CRVB:2008:BD8946
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- H.G. Rottier
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongewijzigde vaststelling mate van arbeidsongeschiktheid ondanks visusproblemen
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen besluiten van het UWV waarin zijn mate van arbeidsongeschiktheid ongewijzigd werd vastgesteld op 25 tot 35%. Hij stelde dat zijn beperkingen zijn toegenomen door visusproblemen die al sinds 1992 bekend waren en die hem belemmeren in zijn functioneren. De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep ongegrond omdat de visusbeperkingen pas na 2 januari 1995 zijn ontstaan en kennelijk voortkomen uit een andere oorzaak dan de oorspronkelijke arbeidsongeschiktheid.
In hoger beroep heeft appellant betoogd dat nader onderzoek door een onafhankelijke oogarts noodzakelijk is. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat op grond van artikel 37 van Pro de WAO herziening van de uitkering niet plaatsvindt indien de toegenomen arbeidsongeschiktheid voortkomt uit een andere oorzaak dan de oorspronkelijke. De Raad concludeerde dat de visusproblemen weliswaar bekend waren, maar destijds geen beperkingen veroorzaakten en dat een eventuele toename niet leidt tot herziening van de uitkering.
De Raad zag geen aanleiding tot het benoemen van een onafhankelijke deskundige en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De mate van arbeidsongeschiktheid blijft daarmee ongewijzigd vastgesteld op 25 tot 35%.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de mate van arbeidsongeschiktheid ongewijzigd blijft vastgesteld op 25 tot 35%.