ECLI:NL:CRVB:2008:BD8518
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens overschrijding vermogensgrens
Appellante ontving bijstand vanaf 1995, laatstelijk volgens de WWB-norm voor alleenstaanden. Het College van B&W Eindhoven trok bij besluit van 22 december 2005 de bijstand in over de periode 15 januari 2000 tot en met 30 november 2005 en vorderde €64.598,45 terug, omdat appellante niet had gemeld dat zij een bankrekening met vermogen boven de vrij te laten grens had.
Het bezwaar van appellante werd ongegrond verklaard door het College, waarbij werd gesteld dat haar verklaringen over de herkomst en hoogte van het geld onduidelijk en niet verifieerbaar waren, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. De rechtbank vernietigde dit besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat vaststond dat het vermogen boven de vermogensgrens lag en daardoor geen recht op bijstand bestond.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en bevestigde de intrekking en terugvordering van de bijstand. De Raad vond geen reden om het oordeel van de rechtbank onjuist te achten en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens overschrijding van de vermogensgrens wordt bevestigd.