ECLI:NL:CRVB:2008:BD8218
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving bijstand sinds 1 januari 2003. Het College van burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage heeft de bijstand opgeschort en vervolgens ingetrokken per 1 januari 2005 wegens het niet voldoen aan de inlichtingenverplichting. Appellant werd verzocht bankafschriften van alle op zijn naam staande rekeningen over een bepaalde periode te overleggen, maar leverde geen compleet overzicht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen de intrekking ongegrond. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad stelt vast dat het College terecht heeft gehandeld op grond van artikel 54, derde lid, aanhef en onder a, van de WWB, omdat appellant door het niet overleggen van de gevraagde bankafschriften het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
De Raad acht de medische informatie die appellant overlegt onvoldoende om te concluderen dat hij niet in staat was de stukken te overleggen. De opschorting van de bijstand behoeft geen verdere bespreking, nu de intrekking in stand blijft. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wegens schending van de inlichtingenverplichting wordt bevestigd.