ECLI:NL:CRVB:2008:BD8213
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging opschorting en intrekking bijstandsuitkering wegens onvoldoende medewerking
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) vanaf 15 juni 2004. Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam heeft meerdere keren verzocht om medewerking aan een onderzoek naar arbeidsmogelijkheden, waaronder het verschijnen op gesprekken en het verstrekken van gegevens. Appellant is niet verschenen op de uitnodigingen van 25 september, 6 oktober, 16 oktober en 30 oktober 2006 en heeft de gevraagde gegevens niet verstrekt.
Het College heeft daarop bij besluiten van 17 oktober 2006 en 31 oktober 2006 de bijstand respectievelijk opgeschort en ingetrokken met ingang van 16 oktober 2006. De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant tegen deze besluiten ongegrond. Appellant stelde zich in hoger beroep gemotiveerd op het standpunt dat hij niet tijdig kennis had kunnen nemen van de uitnodiging en dat hij afwijzend stond tegenover hulpverleners.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant verwijtbaar onvoldoende heeft meegewerkt aan het onderzoek en dat het College terecht gebruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid tot opschorting en intrekking van de bijstand. De Raad bevestigt de uitspraak van de voorzieningenrechter en wijst het hoger beroep af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De opschorting en intrekking van de bijstandsuitkering worden bevestigd wegens verwijtbare onvoldoende medewerking van appellant.