ECLI:NL:CRVB:2008:BD6824
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- A.B.J. van der Ham
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekkingsbesluit bijstand wegens onjuiste woonplaatsgegevens
Appellant ontving sinds oktober 2003 bijstand volgens de WWB. Het College stelde na onderzoek vast dat appellant niet woonde op het opgegeven adres, maar bij zijn dochter in een andere plaats. Op grond hiervan werd de bijstand ingetrokken en teruggevorderd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat appellant gedurende de relevante periode niet in de gemeente woonde en daardoor geen recht op bijstand had. De motivering van het College dat het recht niet vastgesteld kon worden wegens schending van de inlichtingenplicht is onjuist, omdat de woonplaats wel degelijk vastgesteld kon worden.
De Raad vernietigt het besluit tot intrekking voor zover dit op gebrekkige motivering berust, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat appellant geen recht had op bijstand. Ook bevestigt de Raad de bevoegdheid van het College tot terugvordering van de ten onrechte ontvangen bijstandskosten. Het College wordt veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstand wordt vernietigd wegens gebrekkige motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en het College wordt veroordeeld in de proceskosten.