ECLI:NL:CRVB:2008:BD6805
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- A.B.J. van der Ham
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verplichting tot volgen taalcursus ondanks medische beperkingen
Appellant, een uitkeringsgerechtigde op grond van de Wet werk en bijstand (WWB), werd door het College van burgemeester en wethouders van Rotterdam verplicht een taalcursus Nederlands te volgen als onderdeel van een trajectplan gericht op arbeidsinschakeling. Appellant voerde aan dat zijn medische situatie, waaronder insulineafhankelijke diabetes mellitus, hoofdpijnaanvallen en hartklachten, hem verhinderde deze verplichting na te komen.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het medisch advies van Aob Compaz zorgvuldig was en dat de medische verklaringen de claim van appellant niet ondersteunden. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad oordeelde dat de medische situatie van appellant geen beletsel vormde om de taalcursus te volgen en dat het College redelijk gebruik had gemaakt van zijn bevoegdheid om deze verplichting op te leggen.
De Raad zag geen aanleiding om de uitspraak te vernietigen of appellant te ontlasten van de verplichting. Tevens werd geen veroordeling in de proceskosten opgelegd. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer op 1 juli 2008.
Uitkomst: De verplichting tot het volgen van de taalcursus Nederlands wordt bevestigd ondanks de medische situatie van appellant.