ECLI:NL:CRVB:2008:BD6185
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing bijstandsuitkering wegens onterecht aannemen gezamenlijke huishouding
Appellante had een bijstandsuitkering ontvangen die het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam op grond van een vermeende gezamenlijke huishouding met haar ex-echtgenoot introk. Appellante diende een aanvraag in om weer in aanmerking te komen voor bijstand, welke werd afgewezen. De rechtbank Amsterdam vernietigde deze besluiten omdat het College niet aannemelijk had gemaakt dat sprake was van een gezamenlijke huishouding.
In hoger beroep stond het besluit van 14 maart 2006 centraal, waarbij het College opnieuw de aanvraag van appellante afwees vanwege dezelfde reden. Gezien de eerdere uitspraak van de rechtbank, die niet werd bestreden, oordeelde de Raad dat het College onterecht van een gezamenlijke huishouding was uitgegaan en vernietigde het besluit.
Daarnaast kende de Raad appellante een vergoeding toe voor de wettelijke rente over de vertraagde uitbetaling van de bijstand vanaf 28 februari 2006 tot volledige voldoening. Ook werden de proceskosten van appellante toegewezen, inclusief vergoeding van het betaalde griffierecht. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 24 juni 2008.
Uitkomst: Het bestreden besluit en het primaire besluit worden vernietigd en herroepen, met toekenning van wettelijke rente en proceskosten aan appellante.