ECLI:NL:CRVB:2008:BD5886
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering WW-uitkering wegens vermeende onjuiste werkbriefjes niet gegrond verklaard
Appellant ontving tussen 1995 en 2000 een WW-uitkering terwijl hij werkzaam was als visverwerker bij een bedrijf waarvan de directeur en grootaandeelhouder, [S.W.], contracten wijzigde om WW-uitkeringen te verkrijgen. Het UWV stelde dat werkbriefjes van appellant onjuist waren ingevuld door [S.W.] om WW-rechten te waarborgen, en trok de uitkering in en vorderde onverschuldigde betalingen terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat appellant verantwoordelijk was voor de onjuiste invulling van de werkbriefjes, ook al was hij mogelijk te goeder trouw. Appellant ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep, die oordeelde dat het UWV onvoldoende concreet bewijs had geleverd van onjuiste urenregistratie op de werkbriefjes van appellant.
De Raad stelde vast dat appellant de werkbriefjes ondertekende zonder de inhoud te controleren en dat hij de Nederlandse taal niet beheerst, maar dat dit niet automatisch betekent dat hij de inlichtingenplicht heeft geschonden. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de eerdere besluiten werden vernietigd en de terugvordering en intrekking van de uitkering werden herroepen. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van de WW-uitkering worden herroepen.