ECLI:NL:CRVB:2008:BD5883
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering WW-uitkering wegens vermeende onjuiste werkbriefjes niet gerechtvaardigd
Appellant werkte van 1993 tot 2000 als visverwerker en ontving gedurende een deel van die periode een WW-uitkering. Het UWV startte een onderzoek naar mogelijke uitkeringsfraude binnen het bedrijf, waarbij werd vastgesteld dat werkbriefjes mogelijk onjuist waren ingevuld om WW-uitkeringen te verkrijgen. De rechtbank oordeelde dat appellant verantwoordelijk was voor de onjuiste invulling van werkbriefjes en verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat de werkbriefjes correct waren ingevuld en dat er geen sprake was van schending van de inlichtingenplicht. De Raad overwoog dat het UWV de bewijslast draagt voor het aantonen van onjuiste informatie, maar dat er onvoldoende bewijs was dat de verklaringen van appellant onjuist waren. De Raad concludeerde dat het besluit tot intrekking en terugvordering van de WW-uitkering onterecht was.
De Raad vernietigde de aangevallen uitspraak en het bestreden besluit, herroept de besluiten tot intrekking en terugvordering, en veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de besluiten tot intrekking en terugvordering van de WW-uitkering worden herroepen.