ECLI:NL:CRVB:2008:BD5691
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C.M. van Laar
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAO-uitkering en beoordeling arbeidskundige component niet als zelfstandig deelbesluit
Betrokkene, voormalig beveiligingsmedewerker, kreeg een WAO-uitkering toegekend na het staken van werkzaamheden wegens gezondheidsklachten. Het UWV trok deze uitkering in per 28 december 2004, waarna betrokkene bezwaar maakte. De rechtbank verklaarde het beroep deels gegrond en vernietigde het arbeidskundige gedeelte van het besluit.
In hoger beroep bevestigt de Raad dat de arbeidskundige component van de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling niet als zelfstandig deelbesluit kan worden aangemerkt, waardoor gedeeltelijke vernietiging niet mogelijk is. De medische grondslag van het besluit is zorgvuldig en gebaseerd op uitgebreid onderzoek, waaronder medische gegevens, psychiatrische informatie en eigen onderzoek.
De Raad concludeert dat betrokkene onvoldoende medische gegevens heeft aangeleverd om zijn stelling van duurzame arbeidsongeschiktheid te onderbouwen. De eerdere onvolkomenheden in het CBBS zijn volgens de Raad voldoende opgeheven. De Raad vernietigt het bestreden besluit geheel, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt geheel vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.