ECLI:NL:CRVB:2008:BD5661
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering Wajong-uitkering wegens niet tijdig aanleveren jaarstukken zelfstandige
Appellante ontving een Wajong-uitkering en was sinds juli 2000 als zelfstandige werkzaam. Het UWV heeft de uitkering met terugwerkende kracht ingetrokken vanaf 1 januari 2001 vanwege het niet tijdig aanleveren van de gevraagde jaarstukken over 2001 en 2002. Ondanks meerdere verzoeken en uitstelverzoeken heeft appellante niet alle benodigde documenten, waaronder de definitieve belastingaanslagen, ingediend.
De rechtbank verklaarde de beroepen tegen de intrekkings- en terugvorderingsbesluiten ongegrond. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het UWV op basis van de ingediende winst- en verliesrekeningen een voorlopig recht op uitkering had kunnen vaststellen en stelde bezwaren tegen het verloop van de hoorzitting en financieel onvermogen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de ingediende stukken onvoldoende inzicht boden in de financiële situatie van appellante en dat het UWV terecht de uitkering heeft ingetrokken op grond van artikel 16 Wajong Pro vanwege schending van de inlichtingenplicht uit artikel 62 Wajong Pro. Tevens is de terugvordering van onverschuldigd betaalde uitkering terecht. De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van de Wajong-uitkering wegens het niet tijdig aanleveren van volledige jaarstukken.