ECLI:NL:CRVB:2008:BD5423
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep bevestigt beëindiging ontheffing arbeidsverplichtingen en corrigeert ingangsdatum bijstandsverlaging
Appellant was vanaf maart 2004 tijdelijk ontheffing verleend van arbeidsverplichtingen vanwege medische redenen. Het College besloot in augustus 2005 deze ontheffing te beëindigen en legde in november 2005 een maatregel op die bestond uit een verlaging van de bijstand met 100% gedurende een maand wegens het niet naleven van re-integratieverplichtingen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant grotendeels ongegrond, maar gaf hem wel gelijk in de vergoeding van kosten rechtsbijstand. In hoger beroep stelde appellant dat zijn liesklachten niet waren meegenomen in het advies waarop het College het besluit baseerde.
De Raad oordeelde dat het advies van Aob Compaz de klachten niet kende en dat er geen dringende redenen waren om het besluit te herzien. De gedraging van appellant, het niet melden bij het re-integratiebedrijf, was terecht als verwijtbaar gekwalificeerd. Wel werd geoordeeld dat de maatregel pas kon ingaan op de datum van de verwijtbare gedraging, namelijk 14 november 2005, en niet op 1 november 2005 zoals het College had bepaald.
De Raad vernietigde het besluit voor zover het de maatregel betrof en bepaalde dat de bijstand met ingang van 14 november 2005 met 100% wordt verlaagd gedurende één maand. Tevens werd het College veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De bijstand wordt met ingang van 14 november 2005 met 100% verlaagd gedurende één maand en het College wordt veroordeeld in de proceskosten.