ECLI:NL:CRVB:2008:BD4119
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- K. Zeilemaker
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-woonachtig op opgegeven adres
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het College van burgemeester en wethouders van Almelo heeft de bijstand voor de periode van 7 juli 2000 tot en met 31 mei 2002 ingetrokken en teruggevorderd wegens het niet wonen op het opgegeven adres en het niet melden van deze wijziging. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante gegrond, vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand.
De Raad toetste het onderzoek van het College, dat gebaseerd was op een rapport van de Sociale Recherche Twente waaruit bleek dat het water- en energieverbruik op het opgegeven adres zeer laag was. Appellante gaf aan van medio 2002 tot eind 2003 bij haar dochters te hebben gewoond en erkende dat zij haar gewijzigde woonsituatie niet had gemeld. De Raad sluit zich aan bij de rechtbank dat voldoende is vastgesteld dat appellante niet op het opgegeven adres woonde.
Het College was bevoegd de bijstand in te trekken en terug te vorderen op grond van de WWB, mede omdat het waterleidingbedrijf verplicht is inlichtingen te verstrekken. De Raad oordeelt dat het College terecht heeft gehandeld volgens beleidsregels en dat geen reden bestaat om daarvan af te wijken. Het hoger beroep faalt en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet-woonachtig op het opgegeven adres wordt bevestigd.