ECLI:NL:CRVB:2008:BD3808
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag indicatie huishoudelijke verzorging wegens voldoende zelfredzaamheid echtgenoot
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een indicatie voor huishoudelijke verzorging op grond van de AWBZ. Na onderzoek door het CIZ en een advies op basis van dossierstudie en huisartsinformatie werd de aanvraag afgewezen omdat de echtgenoot van appellante niet als beperkt werd beschouwd voor het verrichten van zwaardere huishoudelijke taken.
De medisch adviseur van het CIZ vroeg nadere informatie op bij de huisarts, die artrose vaststelde zonder behandelplan en zonder verbetering in vooruitzicht, maar het CIZ concludeerde dat de echtgenoot wel in staat was huishoudelijke taken te verrichten mits deze over de dag en week verdeeld werden. Het bezwaar tegen het besluit werd ongegrond verklaard, waarbij het CIZ het standpunt innam dat huishoudelijke verzorging onder de gebruikelijke zorg van een partner valt, tenzij sprake is van fysieke of psychische overbelasting.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar echtgenoot haar onvoldoende kon ondersteunen vanwege rugproblemen, maar leverde geen aanvullende medische informatie aan ter ondersteuning. De Raad oordeelde dat de medische grondslag van het besluit niet onjuist was en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag voor huishoudelijke verzorging wordt afgewezen omdat de echtgenoot voldoende in staat wordt geacht huishoudelijke taken te verrichten.