ECLI:NL:CRVB:2008:BD3800
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- R.C. Stam
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Aanvang verjaringstermijn terugvordering toeslagen en gevolgen stuiting
De zaak betreft hoger beroep van betrokkene en het UWV tegen een uitspraak van de rechtbank Leeuwarden over de terugvordering van onverschuldigd betaalde toeslagen op grond van de Toeslagenwet. Het UWV had de toeslag met terugwerkende kracht ingetrokken en een bedrag van € 25.074,45 teruggevorderd over de periode 1 juli 1998 tot 1 april 2005.
De rechtbank had het beroep van betrokkene gegrond verklaard en het besluit van het UWV vernietigd voor zover het de terugvordering van toeslagen tot 20 december 1999 betrof, omdat de verjaringstermijn volgens de rechtbank op die datum was aangevangen. De Raad bevestigt deze aanvangsdatum van de verjaring en oordeelt dat het UWV vanaf dat moment bekend was met de relevante feiten, mede op basis van een door betrokkene ondertekend formulier dat zij waarschijnlijk heeft teruggezonden.
De Raad stelt vast dat de verjaring is gestuit door het terugvorderingsbesluit van 18 april 2005, maar dat de bevoegdheid tot terugvordering is verjaard voor betalingen die ouder zijn dan vijf jaar voor die datum, dus voor betalingen vóór 18 april 2000. Het UWV moet een nieuwe beslissing nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt het UWV veroordeeld in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: De verjaring van de terugvordering is aangevangen op 20 december 1999 en het UWV mag geen toeslagen terugvorderen die ouder zijn dan vijf jaar voor de stuiting op 18 april 2005.