ECLI:NL:CRVB:2008:BD3539
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijzondere bijstand voor opslagkosten huisraad na huisuitzetting
Appellant verzocht bijzondere bijstand voor de kosten van opslag van zijn huisraad en goederen na een huisuitzetting. Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Weert wees dit verzoek af, omdat de kosten niet als noodzakelijk werden beschouwd. De voorzieningenrechter van de rechtbank Roermond verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
Appellant ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep, die de zaak op 3 juni 2008 behandelde. De Raad stelde vast dat de huisuitzetting het gevolg was van eigen toedoen van appellant, waardoor de kosten van opslag niet als noodzakelijke kosten in de zin van artikel 35, eerste lid, van de Wet werk en bijstand (WWB) konden worden aangemerkt.
De Raad onderschreef het oordeel van de voorzieningenrechter en bevestigde de afwijzing van de bijzondere bijstand. Er waren geen bijzondere omstandigheden die de aanvraag rechtvaardigden. Appellant kon geen nieuwe gronden aandragen die tot een ander oordeel leidden. De Raad wees ook de vordering tot proceskosten af.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor opslagkosten huisraad wordt bevestigd wegens gebrek aan noodzakelijke kosten.