ECLI:NL:CRVB:2008:BD3510
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens niet tijdig indienen gronden ondanks uitstelverzoek
Appellante ontving een WAO-uitkering die werd herzien van een arbeidsongeschiktheidsklasse van 35-45% naar 15-25%. Tegen dit besluit maakte zij bezwaar en verzocht om uitstel voor het indienen van de bezwaarschriftengronden in afwachting van expertises. Het Uwv verleende aanvankelijk uitstel, maar wees een later verzoek om verder uitstel af. Omdat appellante geen gronden indiende, verklaarde het Uwv het bezwaar niet-ontvankelijk.
In hoger beroep betoogde appellante dat zij de bezwaargronden pas kon formuleren na ontvangst van de expertises en dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden omdat in een vergelijkbare zaak wel uitstel was verleend. De Raad oordeelde dat het Reglement en Protocol van het Uwv een redelijke beleidslijn volgen en dat het Uwv het verzoek tot uitstel terecht heeft afgewezen. Bovendien was het mogelijk voorlopige gronden in te dienen met behoud van het recht tot aanvulling.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd verworpen omdat het vergelijkbare geval niet gelijk was: het betrof een verdaging van het besluit op bezwaar en niet uitstel voor het indienen van bezwaargronden. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank Arnhem en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wegens het niet tijdig indienen van de gronden wordt bevestigd.