ECLI:NL:CRVB:2008:BD3182
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Beoordeling begrip 'nabestaande' bij halfwezenuitkering op grond van de ANW
Betrokkene vroeg een halfwezenuitkering aan na het overlijden van de vader van haar pleegkind. De aanvraag werd afgewezen omdat Bureau Jeugdzorg een maandelijkse pleegzorgvergoeding verstrekt, wat volgens appellant betekent dat betrokkene niet als nabestaande kan worden aangemerkt. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het besluit, stellende dat appellant het begrip 'nabestaande' niet mag beperken via beleidsregels.
In hoger beroep stelt appellant dat het begrip 'zorg dragen als ware hij ouder' inhoudt dat de verzorger het kind duurzaam onderhoudt en verzorgt, en dat een substantiële bijdrage van derden uitsluit dat betrokkene als nabestaande wordt gezien. De Raad stelt vast dat de wetgever niet elke verzorger als nabestaande wil kwalificeren, maar alleen degene die als ouder zorg draagt. Het beleid van appellant is daarom toelaatbaar.
De Raad concludeert dat de pleegzorgvergoeding van circa € 500 per maand een substantiële bijdrage vormt, waardoor niet wordt voldaan aan het onderhoudsvereiste dat essentieel is voor het begrip 'zorg dragen als ware hij ouder'. Hierdoor is betrokkene terecht niet erkend als nabestaande en wordt het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de halfwezenuitkering bevestigd.