ECLI:NL:CRVB:2008:BD2356
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- C. van Viegen
- Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting en werkzaamheden in garagebedrijf zoon
Appellanten ontvingen vanaf 2001 bijstand, laatstelijk op grond van de WWB. Naar aanleiding van een tip dat appellant sinds 2003 werkzaam was in het garagebedrijf van zijn zoon, heeft de sociale recherche onderzoek gedaan. Op basis van verklaringen en observaties concludeerde het College dat appellant op geld waardeerbare werkzaamheden verrichtte zonder dit te melden, waardoor de inlichtingenverplichting werd geschonden.
Het College heeft de bijstand met ingang van 1 juni 2005 beëindigd en met terugwerkende kracht ingetrokken vanaf 1 januari 2003, met terugvordering van €41.426,25. Een nieuwe aanvraag van appellanten werd afgewezen omdat geen relevante wijziging in omstandigheden was aangetoond.
De Raad oordeelt dat het College terecht bevoegd was tot intrekking en terugvordering op grond van de WWB en dat de onderzoeksresultaten voldoende waren. De schending van de inlichtingenverplichting maakt het recht op bijstand onzeker. De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand en wijst het hoger beroep af.