ECLI:NL:CRVB:2008:BD2054
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering telefoniste met gehoorproblemen onvoldoende gemotiveerd
Betrokkene, een telefoniste met gehoorproblemen, kreeg aanvankelijk een WAO-uitkering toegekend wegens volledige arbeidsongeschiktheid. Na herbeoordelingen werd de uitkering verlaagd, maar deskundigen stelden vast dat de beperkingen onvoldoende waren onderzocht, met name de relatie tussen oorsuizen, vermoeidheid en concentratieproblemen.
De rechtbank vernietigde het eerste besluit en gaf appellant opdracht tot een nieuw besluit. In hoger beroep stelde de Raad vast dat het eerste vonnis niet volgens de juiste procedure tot stand was gekomen, waardoor dit vernietigd moest worden. De Raad volgde de onafhankelijke deskundigen die pleitten voor volledige arbeidsongeschiktheid.
De Raad bevestigde het tweede vonnis en veroordeelde appellant tot vergoeding van proceskosten aan betrokkene. Tevens werd bepaald dat appellant een nieuw besluit op bezwaar moet nemen met inachtneming van de uitspraak.
De medische geschiktheid voor bepaalde functies werd onvoldoende gemotiveerd, vooral met betrekking tot duizeligheidsklachten en concentratieproblemen. De Raad benadrukte het belang van het oordeel van onafhankelijke deskundigen in bestuursrechtelijke procedures.
Uitkomst: Besluit tot herziening WAO-uitkering vernietigd wegens onvoldoende gemotiveerde beperkingen; nieuw besluit op bezwaar vereist en proceskosten aan appellant opgelegd.