ECLI:NL:CRVB:2008:BD2050
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, werkzaam als afvalsorteerder, kreeg sinds 1993 een WAO-uitkering wegens hoofdpijnklachten na een ongeval op het werk. Na diverse medische onderzoeken, waaronder psychiatrische rapportages en arbeidskundige beoordelingen, stelde het Uwv vast dat de arbeidsongeschiktheid vanaf 17 januari 1996 niet was toegenomen en dat de mate van arbeidsongeschiktheid per 8 mei 2003 minder dan 15% bedroeg.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond en vernietigde het bestreden besluit, waarna het Uwv een nieuwe beslissing op bezwaar nam (besluit 2) waarin het bezwaar opnieuw ongegrond werd verklaard. Appellant stelde onder meer dat de medische rapportages uit Marokko onvoldoende betrouwbaar waren en dat zijn beperkingen niet volledig waren meegenomen.
De Raad oordeelde dat het Uwv op basis van de beschikbare medische gegevens terecht had geconcludeerd dat er geen objectieve verslechtering was en dat de beperkingen zorgvuldig waren vastgesteld. De rapportages van de psychiaters toonden geen ernstige psychiatrische stoornissen die tot meer beperkingen leidden. De Raad verklaarde het hoger beroep tegen besluit 1 niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang en verklaarde het beroep tegen besluit 2 ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen besluit 1 is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen besluit 2 ongegrond verklaard.