ECLI:NL:CRVB:2008:BD1926
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Beëindiging halfwezenuitkering wegens niet overleggen levensbewijs van zoon in het buitenland
Appellant ontving een halfwezenuitkering voor zijn zoon die in de Verenigde Staten woont. De Sociale verzekeringsbank (Svb) heeft de uitkering geschorst en later beëindigd omdat appellant niet voldeed aan het verzoek om een levensbewijs van zijn zoon te overleggen.
Appellant stelde dat hij alles had gedaan om het levensbewijs te verkrijgen, maar dat de familie in de Verenigde Staten niet meewerkte. Hij kon dit echter niet met bewijsstukken onderbouwen. De Raad overwoog dat uit een mail van de Nederlandse ambassade bleek dat de zoon zelf op eenvoudige wijze een levensbewijs kon verkrijgen.
De Raad concludeerde dat appellant niet had voldaan aan de controlevoorschriften en dat de Svb terecht de uitkering had beëindigd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De halfwezenuitkering werd terecht beëindigd wegens het niet overleggen van een levensbewijs van de zoon in het buitenland.