ECLI:NL:CRVB:2008:BD1878
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging opschorting en intrekking bijstandsuitkering wegens niet verschijnen voor arbeidsinschakelingsgesprek
Appellant ontving een bijstandsuitkering op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en kreeg ontheffing van arbeidsinschakelingsverplichtingen tot september 2005 vanwege een medische ingreep. Na een oproep voor een gesprek op 4 oktober 2005 reageerde appellant met een brief waarin hij aangaf zijn medische informatie niet met zijn contactpersoon te willen delen en een keuring door de GGD te prefereren. Op een herhaalde oproep voor een gesprek op 29 november 2005 verscheen appellant niet en verwees opnieuw naar de GGD-keuring.
Het College van burgemeester en wethouders van Kerkrade besloot daarop de bijstand op te schorten met ingang van 1 december 2005 en stelde een nieuw gesprek op 12 januari 2006. Omdat appellant ook op deze datum niet verscheen, trok het College de bijstand met terugwerkende kracht per 1 december 2005 in. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze besluiten ongegrond, en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat appellant verwijtbaar tekort was geschoten in zijn medewerking aan de arbeidsinschakeling door niet te verschijnen op de gesprekken. Zijn argument dat alleen de GGD bevoegd was tot medische keuring werd niet gevolgd, omdat hij dit met zijn contactpersoon had moeten bespreken. De Raad vond dat het College bevoegd en redelijk had gehandeld bij opschorting en intrekking van de bijstand. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: De opschorting en intrekking van de bijstandsuitkering van appellant wegens niet verschijnen op verplichte gesprekken wordt bevestigd.