ECLI:NL:CRVB:2008:BD1724
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens afgenomen arbeidsongeschiktheid
Appellant is in hoger beroep gegaan tegen de intrekking van zijn WAO-uitkering per 30 november 2004, omdat de mate van arbeidsongeschiktheid naar minder dan 15% zou zijn afgenomen. De rechtbank Maastricht had het beroep ongegrond verklaard, waarbij zij zich baseerde op medisch onderzoek door verzekeringsartsen die de functionele mogelijkheden van appellant hadden vastgesteld.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen tot het verrichten van arbeid waren onderschat en dat hij gezien de ernst van zijn klachten recht heeft op een volledige WAO-uitkering. Hij stelde dat hij bij het uitoefenen van de voorgestelde functies een extreem hoog ziekteverzuim zou hebben.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant zijn stellingen niet met nieuwe of concrete medische gegevens had onderbouwd en dat er geen wezenlijke nieuwe gezichtspunten waren. De Raad onderschreef de motivering van de rechtbank en bevestigde dat appellant in staat moet worden geacht de functies te verrichten waarop de schatting was gebaseerd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering per 30 november 2004 wordt bevestigd omdat appellant in staat wordt geacht de functies te verrichten.