ECLI:NL:CRVB:2008:BD1617
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens niet aanvaarden passend werk
Appellante was sinds 1986 werkzaam als inpakster en kampte met linkerschouderklachten. Na beëindiging van haar WAO-uitkering en een ziekmelding na bevallingsverlof, werd zij hersteld gemeld voor schoudersparende werkzaamheden. De werkgever bood passend werk aan, maar appellante hervatte niet. De arbeidsovereenkomst werd opgezegd en het UWV weigerde haar WW-uitkering omdat zij niet voldeed aan de referte-eis en passend werk niet aanvaardde.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat het aangeboden werk passend was volgens een arbeidsdeskundig rapport. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het deskundigenoordeel niet voldeed aan wettelijke eisen en dat het werk niet verschilde van haar oude werk.
De Raad oordeelde dat het deskundigenoordeel deugdelijk was, de arbeidsdeskundige onafhankelijk, en het aangeboden werk passend. Appellante had de verplichting passende arbeid te aanvaarden niet nagekomen, waardoor de WW-uitkering terecht werd geweigerd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De WW-uitkering van appellante is terecht geweigerd wegens het niet aanvaarden van passend werk.