ECLI:NL:CRVB:2008:BD0948
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- J.J.A. Kooijman
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens vermeende gezamenlijke huishouding niet voldoende gemotiveerd
Appellante ontving sinds 1998 bijstand en kreeg deze ingetrokken per 1 augustus 2005 vanwege een onderzoek naar haar woonsituatie en de vermeende gezamenlijke huishouding met haar ex-echtgenoot. Het College stelde dat appellante zonder melding een gezamenlijke huishouding voerde, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Diverse aanvragen om bijstand werden afgewezen.
De Raad oordeelt dat het College onvoldoende heeft gemotiveerd dat sprake was van een gezamenlijk hoofdverblijf. Het enkel aantreffen van persoonlijke spullen van de ex-echtgenoot in de woning van appellante is onvoldoende om te concluderen dat hij daar zijn hoofdverblijf had. Het College heeft nagelaten onderzoek te doen naar de woonsituatie van de ex-echtgenoot en hem te horen.
Daarom is het besluit tot intrekking van de bijstand en de daarop volgende afwijzingen van aanvragen ondeugdelijk gemotiveerd en worden deze vernietigd. Tevens worden de proceskosten aan het College opgelegd. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover deze de intrekking en afwijzingen bevestigde.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand en afwijzingen van aanvragen worden vernietigd wegens ondeugdelijke motivering.