ECLI:NL:CRVB:2008:BD0117
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- G.L.M.J. Stevens
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Centrale Raad van Beroep inzake geschillen over status ex-KNIL militairen
Appellanten, nakomelingen van ex-KNIL militairen, hebben bij de minister van Buitenlandse Zaken een aanvraag ingediend voor rechtsgeldige legitimatie op grond van hun status en staatsburgerschap. Na het niet tijdig beslissen op hun aanvragen, maakten zij bezwaar, dat door de minister niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank Breda verklaarde hun beroepen ongegrond en verwees hen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRS) voor hoger beroep.
Appellanten stelden dat de Centrale Raad van Beroep bevoegd is omdat zij militaire ambtenaren zijn in de zin van de Militaire Ambtenarenwet 1931 (MAW) en dat de rechtbank Breda zich ten onrechte bevoegd heeft verklaard. De Raad overwoog dat de vaders van appellanten ten tijde van het geschil geen militair ambtenaar waren in de zin van de MAW en dat de rechtbank Breda terecht bevoegd was om kennis te nemen van de beroepen.
De Raad stelde vast dat de bestreden besluiten niet betrekking hebben op ambtenaren of gewezen ambtenaren in de zin van de Ambtenarenwet, noch op nagelaten betrekkingen of rechtverkrijgenden zoals bedoeld in de Beroepswet. Ook is geen sprake van een besluit op grond van een wettelijk voorschrift uit de bijlage bij de Beroepswet. Daarom is de Raad niet bevoegd kennis te nemen van het geschil en heeft de rechtbank Breda terecht verwezen naar de ABRS.
De Raad verklaart zich dan ook onbevoegd en zal de hoger beroepschriften niet doorzenden aan de ABRS, omdat appellanten dat expliciet niet wensen. Er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep en verwijst naar de ABRS.