ECLI:NL:CRVB:2008:BC9841
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering herziening WAO-uitkering wegens geen toename medische beperkingen
Betrokkene, werkzaam als programmeur, meldde zich ziek met oog-, nek- en schouderklachten en ontving vanaf 1 mei 2002 een WAO-uitkering van 25 tot 35% arbeidsongeschiktheid. Na melding van vermeende toename van arbeidsongeschiktheid in 2004 weigerde het UWV de uitkering te herzien, omdat geen toename van beperkingen werd vastgesteld. De rechtbank vernietigde dit besluit vanwege het ontbreken van een arbeidskundig onderzoek.
Beide partijen gingen in hoger beroep. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV terecht geen arbeidskundig onderzoek heeft laten uitvoeren, omdat er geen toename van medische beperkingen was. De verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts concludeerden dat de gezondheidstoestand niet was verslechterd. Betrokkene bracht geen medische gegevens aan die dit aannemelijk maakten.
De Raad bevestigde dat volgens de wetsgeschiedenis van artikel 39a WAO alleen bij toename van medische beperkingen uit dezelfde ziekteoorzaak een arbeidskundig onderzoek nodig is. Het beroep van betrokkene werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd voor zover deze het arbeidskundig onderzoek verplicht stelde. De rest van de uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV wordt bevestigd dat geen herziening van de WAO-uitkering plaatsvindt wegens ontbreken van toename van medische beperkingen.