ECLI:NL:CRVB:2008:BC9561
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- R.H.M. Roelofs
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting
Betrokkene ontving vanaf juni 2003 bijstand op grond van de WWB. Appellant trok de bijstand in per 12 januari 2005 met terugwerkende kracht vanaf juni 2003 en vorderde de kosten terug. Na bezwaar stelde appellant de intrekking en terugvordering beperkt vast vanaf 6 augustus 2004, de datum van inschrijving van betrokkes bedrijf in het handelsregister.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond wegens onvoldoende zorgvuldig onderzoek door appellant. In hoger beroep vernietigt de Centrale Raad van Beroep dit vonnis en oordeelt dat appellant zich terecht baseerde op verklaringen van betrokkene en het ondernemingsplan, waaruit blijkt dat betrokkene serieus een bedrijf opzette zonder dit tijdig te melden.
De Raad stelt vast dat betrokkene wisselende en onvolledige informatie gaf over zijn eigen vermogen en ondernemingsactiviteiten, zonder objectieve onderbouwing. Hierdoor kon het recht op bijstand vanaf de inschrijvingsdatum niet worden vastgesteld. Appellant was bevoegd de bijstand terug te vorderen en intrekken volgens de beleidsregels. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.