ECLI:NL:CRVB:2008:BC9424
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- R.C. Stam
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over WAZ-uitkering wegens onvoldoende motivering beperkingen
Appellant, lijdend aan de progressieve ziekte multiple sclerose (MS), vroeg een WAZ-uitkering aan na het staken van zijn werkzaamheden in 1999. Het UWV stelde aanvankelijk dat appellant per 12 september 2000 minder dan 25% arbeidsongeschikt was en wees de aanvraag af. Na diverse medische onderzoeken en bezwaarprocedures werd vastgesteld dat de beperkingen per 29 november 2002 mogelijk te licht waren ingeschat.
Appellant voerde aan dat zijn hand- en beenklachten en vermoeidheid al eerder bestonden en dat het UWV onvoldoende informatie had ingewonnen bij zijn behandelend neuroloog. De Raad concludeerde dat het besluit van het UWV onvoldoende gemotiveerd was, vooral omdat er geen rekening werd gehouden met beperkingen in hand- en vingergebruik en een duurbeperking, ondanks het progressieve karakter van MS.
De Raad oordeelde dat het UWV een nieuw besluit moet nemen waarbij deze aspecten adequaat worden betrokken. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellant en werd het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van de uitspraak.