ECLI:NL:CRVB:2008:BC8937
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanvraag overneming betalingsverplichtingen WW en bevoegdheid buiten behandeling te laten
Appellant diende op 8 juli 2005 een aanvraag in bij het Uwv voor overneming van betalingsverplichtingen op grond van de WW. Het Uwv verzocht appellant om aanvullende gegevens, waaronder kopieën van een tewerkstellingsvergunning en legitimatiebewijs. Appellant verstrekte deze gegevens niet binnen de gestelde termijn, waarna het Uwv de aanvraag op 24 augustus 2005 buiten behandeling liet op grond van artikel 4:5 Awb Pro.
Appellant maakte bezwaar en stelde dat hij het Uwv had geïnformeerd dat hij geen tewerkstellingsvergunning had en dat deze ook niet vereist was. Het bezwaar werd op 4 januari 2007 ongegrond verklaard, waarna het Uwv op 10 januari 2007 de aanvraag inhoudelijk afwees wegens het ontbreken van een geldige verblijfstitel en tewerkstellingsvergunning.
De rechtbank oordeelde dat het besluit van 10 januari 2007 een wijziging was van het besluit van 4 januari 2007 en verklaarde het beroep tegen het besluit van 4 januari 2007 niet-ontvankelijk en het beroep tegen het besluit van 10 januari 2007 ongegrond. De Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak, oordeelt dat het besluit van 10 januari 2007 een nieuw besluit betreft en verklaart het beroep tegen het besluit van 4 januari 2007 ongegrond. Tevens veroordeelt de Raad het Uwv in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 4 januari 2007 wordt ongegrond verklaard en het Uwv wordt veroordeeld in de proceskosten van appellant.