ECLI:NL:CRVB:2008:BC8931
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Beoordeling correctie en boetenota's op grond van personeelsbezetting bij restaurant
Appellante exploiteert een restaurant en werd geconfronteerd met correctienota's en boetenota's van het UWV over de jaren 1998 tot en met 2002, gebaseerd op een looncontrole waarbij de personeelsbezetting werd herberekend vanwege administratieve tekortkomingen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het UWV op zorgvuldige wijze tot een schatting was gekomen en dat de boetes niet als straf in de zin van artikel 6 EVRM Pro konden worden aangemerkt. Appellante stelde dat de boetes wel als straf moesten worden gezien en dat de schatting onjuist was.
De Raad oordeelt dat de boetes wel als een "criminal charge" in de zin van artikel 6 EVRM Pro moeten worden beschouwd en gaat daarom alsnog in op de beroepsgronden. De Raad bevestigt dat de looninspecteur en de belastingdienst voldoende basis boden voor de schatting van de personeelsbezetting en dat het UWV een eigen verantwoordelijkheid heeft. Tevens acht de Raad de boetes terecht opgelegd wegens opzet en/of grove schuld, zonder dat verzachtende omstandigheden aanwezig zijn.
Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak wordt met verbetering van gronden bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.