ECLI:NL:CRVB:2008:BC7877
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Vaststelling juiste kwalificatie en maatregelen bij verlaging bijstandsuitkering wegens niet-nakoming re-integratieverplichtingen
Appellant, die sinds 2002 bijstand ontvangt wegens sociale fobie en nooit aan het arbeidsproces heeft deelgenomen, kreeg meerdere verlagingen van zijn bijstandsuitkering opgelegd wegens het niet naleven van de verplichting hulp te zoeken via zijn huisarts. Het College legde verlagingen op van 30%, 40% en uiteindelijk 100% voor verschillende perioden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het College de gedragingen ten onrechte heeft gekwalificeerd als gedragingen van de derde categorie, die de inschakeling in arbeid belemmeren, terwijl de situatie van appellant beter past binnen de tweede categorie, met een standaardmaatregel van 20% verlaging. De eerdere besluiten en de daarop gebaseerde uitspraken van de rechtbank worden daarom vernietigd.
De Raad legt zelf aangepaste maatregelen op: verlagingen van 20%, 30% en 40% voor respectievelijk december 2005, januari 2006 en april 2006. Tevens veroordeelt de Raad het College tot vergoeding van proceskosten en schadevergoeding aan appellant. De Raad benadrukt dat verwijtbaarheid bij appellant aanwezig is en dat het College op grond van de WWB en de Afstemmingsverordening verplicht is maatregelen te treffen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt eerdere besluiten en legt aangepaste verlagingen van 20%, 30% en 40% op voor respectievelijk december 2005, januari 2006 en april 2006.