ECLI:NL:CRVB:2008:BC7774
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-woonachtig op opgegeven adres
Appellante ontving sinds november 2000 bijstand op grond van de WWB. Naar aanleiding van een onderzoek naar gering waterverbruik in haar woning is vastgesteld dat zij in de periode november 2002 tot december 2004 slechts 4 m³ water verbruikte, wat aanzienlijk lager is dan het gemiddelde van 50 m³ per jaar voor een persoon. Dit leidde tot een onderzoek naar haar woon- en leefsituatie, inclusief buurtonderzoeken, huisbezoek en het opvragen van bankafschriften.
Het College van burgemeester en wethouders van Enschede trok de bijstand met ingang van 1 november 2002 in en vorderde de onterecht ontvangen bijstand terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna zij hoger beroep instelde. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het standpunt van het College dat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij daadwerkelijk op het opgegeven adres verbleef.
De Raad baseert dit oordeel op het extreem lage waterverbruik, de verklaringen van buren en de verhuurder van de woning van haar ex-echtgenoot in Duitsland, het huisbezoek waarbij een vervuilde koelkast en gebrek aan etenswaren werden geconstateerd, en de eigen verklaring van appellante dat zij vaak elders verbleef. Hierdoor is de inlichtingenverplichting niet nagekomen en kan niet worden vastgesteld of appellante recht had op bijstand. De Raad bevestigt de intrekking en terugvordering van de bijstand en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van de bijstand worden bevestigd wegens het niet aannemelijk zijn van verblijf op het opgegeven adres.