ECLI:NL:CRVB:2008:BC7449
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening dagloon en ingangsdatum wettelijke rente bij WAO-uitkering
Betrokkene kreeg op 29 december 1982 een WAO-uitkering toegekend met een dagloon van f 145,92. In 2003 verzocht betrokkene om herziening van dit dagloon en vergoeding van wettelijke rente over de nabetaling. Het UWV stelde het dagloon per 1 november 1982 bij en kende een wettelijke rentevergoeding toe vanaf 1 september 2003.
Betrokkene maakte bezwaar tegen de ingangsdatum van de rentevergoeding, waarop het bezwaar deels werd toegewezen en de rentevergoeding werd vastgesteld vanaf 1 juli 2003. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene tegen dit besluit gegrond en vernietigde het besluit, stellende dat de wettelijke rente verschuldigd was vanaf veertien dagen na de aanmaning van 2 mei 2003.
Het UWV ging in hoger beroep en stelde dat de rentevergoeding pas verschuldigd is vanaf de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de beslissing had moeten worden genomen, hier 1 juli 2003. De Centrale Raad van Beroep sluit zich hierbij aan en vernietigt het vonnis van de rechtbank, verklaart het beroep van het UWV ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van het UWV wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Maastricht vernietigd.