ECLI:NL:CRVB:2008:BC6895
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Bevestiging privaatrechtelijke dienstbetrekking ondanks betwisting gezagsverhouding
Appellante voerde in hoger beroep aan dat er geen privaatrechtelijke dienstbetrekking bestond met betrokkenen, omdat er geen gezagsverhouding was en de werkzaamheden niet tot de kernactiviteiten van appellante behoorden. De rechtbank had echter vastgesteld dat aan twee vereisten voor een dienstbetrekking was voldaan, namelijk de persoonlijke arbeidsverrichting en loonbetalingsverplichting, en dat de werkzaamheden essentieel waren voor de bedrijfsvoering van appellante.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat uit jurisprudentie volgt dat een gezagsverhouding aanwezig is indien de vermeende werkgever aanwijzingen en instructies kan geven. Hoewel appellante en betrokkenen de gezagsverhouding niet of nauwelijks ervaren, is het feit dat de werkzaamheden tot de kernactiviteiten behoren en dat appellante bevoegd is tot het geven van opdrachten en aanwijzingen voldoende om van werkgeversgezag te spreken.
Ook de activiteiten van betrokkenen, waaronder acquisitie en klantentevredenheidsonderzoek, worden als behorend tot de kernactiviteiten van appellante aangemerkt. De Raad wijst het hoger beroep af en bevestigt de uitspraak van de rechtbank dat betrokkenen verzekeringsplichtig zijn op grond van de sociale werknemersverzekeringswetten.
De Raad ziet geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de opgelegde correctie- en boetebesluiten blijven in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de privaatrechtelijke dienstbetrekking wordt bevestigd.