ECLI:NL:CRVB:2008:BC6849
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- H.G. Rottier
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening WAO-uitkering en weigering ziekengeld wegens arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als wijkverpleegkundige, viel in 1997 uit wegens rug- en andere klachten. Na een initiële WAO-uitkering van 80-100% werd deze per 21 oktober 2003 herzien naar 15-25%. In 2004 meldde zij zich ziek en ontving ziekengeld, dat het UWV per 13 september 2004 weigerde na medisch onderzoek. Het bezwaar hiertegen werd ongegrond verklaard.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek ten aanzien van het weigeren van ziekengeld niet geheel zorgvuldig was, maar dat aanvullend medisch bewijs de conclusie van arbeidsvermogen bevestigde. De rechtbankuitspraken die de beroepen van appellante ongegrond verklaarden, werden deels bevestigd en deels vernietigd.
De herziening van de WAO-uitkering werd vernietigd wegens een onjuiste arbeidsdeskundige onderbouwing, maar de rechtsgevolgen van het besluit bleven in stand. De mate van arbeidsongeschiktheid werd opnieuw vastgesteld op 15-25%. De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De Raad bevestigt de weigering van ziekengeld en vernietigt de herziening van de WAO-uitkering wegens onjuiste arbeidsdeskundige onderbouwing, waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid 15-25% blijft.