ECLI:NL:CRVB:2008:BC6788
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen vaststelling eerste arbeidsongeschiktheidsdag en uitkeringsrecht WAZ versus WAO
Appellant is in hoger beroep gekomen tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch waarin het beroep van appellant deels werd toegewezen door het bezwaar tegen de vaststelling van de eerste arbeidsongeschiktheidsdag niet-ontvankelijk te verklaren. Appellant betwistte dat hij zich op 30 maart 2000 ziek had gemeld en stelde dat hem een WAO-uitkering had moeten worden toegekend in plaats van een WAZ-uitkering.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant wel degelijk procesbelang had omdat hij een WAO-uitkering wilde verkrijgen. De Raad stelt echter vast dat appellant niet in hoger beroep is gekomen tegen de eerdere uitspraak waarin de datum van ziekmelding op 30 maart 2000 is vastgesteld en dat deze datum in rechte vaststaat. Het Uwv heeft terecht de WAZ als grondslag voor de uitkering gehanteerd omdat appellant op het moment van ziekmelding niet meer in dienst was.
De Raad vernietigt daarom de aangevallen uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van appellant ongegrond. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan appellant vergoed. De mate van arbeidsongeschiktheid is door het Uwv correct vastgesteld op 80 tot 100%.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit van het Uwv gehandhaafd.