ECLI:NL:CRVB:2008:BC6544
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- A.T. de Kwaasteniet
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging gedeeltelijk bestreden besluit intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidskundige motivering
Appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, trok bij besluit van 6 april 2004 de WAO-uitkering van betrokkene in vanwege een afname van de arbeidsongeschiktheid tot minder dan 15%. Betrokkene maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank oordeelde dat de medische grondslag van het besluit deugdelijk was, maar dat de arbeidskundige beoordeling onvoldoende was onderzocht en gemotiveerd, mede vanwege tekortkomingen in het gebruikte Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS).
De Raad constateerde dat de door de rechtbank geuite fundamentele bezwaren tegen het CBBS, zoals onvoldoende signalering van bijzondere belastingen en taalbeheersing, door systeemaanpassingen in 2006 grotendeels waren weggenomen. De Raad vond dat de arbeidsdeskundige toelichtingen op omzettingen van signaleringen "M" naar "G" uiteindelijk toereikend waren, mits van afzonderlijke motivering voorzien, en dat het niet nodig was om standaard uitgebreide uitleg over begrippen als frequentie en aaneengesloten duur mee te zenden.
De Raad verwierp het oordeel van de rechtbank dat de Turkse taalbeheersing van betrokkene op de Functionele Mogelijkhedenlijst vermeld had moeten worden, omdat dit een arbeidskundig aspect betreft en niet een ziekte of gebrek. De arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit werd als deugdelijk beschouwd. Omdat de toelichting op de passendheid van functies pas in de beroepsfase is gegeven, vernietigt de Raad de uitspraak van de rechtbank voor zover die appellant opdraagt een nieuw besluit te nemen, maar laat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit ongewijzigd in stand.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt gedeeltelijk vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het bestreden besluit blijven ongewijzigd.