ECLI:NL:CRVB:2008:BC6286
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid na medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellant, werkzaam als orderverzamelaar, viel uit wegens klachten aan het bewegingsapparaat en andere aandoeningen en verzocht om een WAO-uitkering. Het UWV stelde na medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt was en weigerde de uitkering. Appellant betwistte de juistheid van deze beoordeling, onder meer vanwege verschillen tussen verzekeringsarts en bedrijfsarts over tillimieten en de interpretatie van medische beperkingen.
De rechtbank concludeerde dat de medische beperkingen niet onjuist waren vastgesteld en dat de arbeidskundige beoordeling voldoende gemotiveerd was, waarbij functies passend werden geacht ondanks enkele overschrijdingen in belastbaarheid. De Raad nam het oordeel van de rechtbank over en verwierp het beroep van appellant. De Raad oordeelde dat de medische expertise voldoende zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij recente orthopedische informatie was betrokken.
De Raad wees ook het beroep op een brief van een Belgische arts af, omdat deze geen concrete mate van arbeidsongeschiktheid vaststelde en slechts aangaf dat nadere medische expertise nodig zou zijn. De Raad bevestigde dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand konden blijven, ondanks vernietiging van het besluit wegens gebrekkige motivering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering omdat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt is vastgesteld.