ECLI:NL:CRVB:2008:BC6044
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking WAO-uitkering wegens ontoereikende medische grondslag
Appellant, sinds 1980 arbeidsongeschikt verklaard wegens psychische klachten, kreeg vanaf 1995 een volledige WAO-uitkering toegekend. Het UWV trok deze uitkering in 2003 in op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek, waarbij werd vastgesteld dat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt was.
Appellant voerde aan dat het medisch onderzoek ontoereikend was, onder meer omdat de behandelend psychiater niet werd geraadpleegd en de diagnose schizofrenie onvoldoende werd meegewogen. De Raad constateerde dat het UWV geen contact had gezocht met de behandelend psychiater die een afwijkend en beredeneerd medisch oordeel had en dat de vertaalslag van psychische beperkingen naar arbeidsmogelijkheden onvoldoende onderbouwd was.
De Raad oordeelde dat het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering berust op een ontoereikende medische grondslag en vernietigde het besluit. Het UWV werd opgedragen een nieuw besluit te nemen en werd veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens een ontoereikende medische grondslag.