ECLI:NL:CRVB:2008:BC5932
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- R.H.M. Roelofs
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens onvoldoende bewijs schending inlichtingenverplichting
Appellanten ontvingen bijstand volgens de norm voor gehuwden. Na detentie van appellant op 6 oktober 2005 ontving appellante bijstand als alleenstaande ouder. Het College stelde een onderzoek in naar vermeende betrokkenheid bij amfetamineproductie en hennepteelt, leidend tot intrekking en terugvordering van bijstand over verschillende periodes.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, maar in hoger beroep oordeelt de Raad dat voor de periode vanaf 7 oktober 2005 geen voldoende bewijs is dat appellante haar inlichtingenplicht heeft geschonden. Er zijn geen aanwijzingen dat zij betrokken was bij de productie of handel in amfetamine of dat zij inkomsten had uit deze activiteiten. Ook de hennepstekjes in haar woning bleken niet te duiden op een hennepkwekerij.
De Raad vernietigt daarom het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand over de periode van 7 oktober 2005 tot en met 31 december 2005 en herroept de eerdere besluiten van het College. Tevens veroordeelt de Raad het College in de kosten van appellanten. Hiermee wordt het recht op bijstand voor appellante over deze periode hersteld.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand over de periode vanaf 7 oktober 2005 wordt vernietigd en de eerdere besluiten worden herroepen.