ECLI:NL:CRVB:2008:BC5914
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over zorgvuldigheid en juistheid WAO-schatting
Appellante meldde zich in 2003 ziek wegens surmenage en onderging twee operaties. Het UWV stelde op basis van medisch onderzoek en functieduiding vast dat zij vanaf 16 februari 2004 volledig arbeidsongeschikt was en vanaf 6 april 2004 voor 45 tot 55% arbeidsongeschikt. Appellante betwistte deze vaststelling en stelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek onzorgvuldig was, onder meer vanwege een persoonsverwisseling in het dossier.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens onvoldoende motivering, maar handhaafde de rechtsgevolgen. In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep geoordeeld dat het UWV voldoende zorgvuldigheid in acht heeft genomen bij het medisch onderzoek en dat de vastgestelde beperkingen juist zijn. De Raad vond geen aanwijzingen voor een persoonsverwisseling of dat het medisch oordeel onjuist was.
De Raad concludeerde dat de medische situatie van appellante per 6 april 2004 zodanig was verbeterd dat zij passend arbeid kon verrichten en dat de klachten en beperkingen in de rapportages overeenkomen met de door appellante overgelegde medische stukken. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV en verklaart het hoger beroep ongegrond.