ECLI:NL:CRVB:2008:BC5871
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- A.T. de Kwaasteniet
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Weigering herziening WAO-uitkering wegens ontbreken zelfde ziekteoorzaak
Betrokkene, werkzaam als havenarbeider, kreeg vanaf 20 april 2000 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na een herbeoordeling in 2002 werd de uitkering herzien naar 35 tot 45% arbeidsongeschiktheid. Betrokkene meldde zich in 2003 opnieuw ziek met klachten die verband hielden met hartproblemen en een slecht gereguleerde suikerziekte. Appellant, het UWV, weigerde de WAO-uitkering te herzien omdat de toegenomen arbeidsongeschiktheid niet voortkwam uit dezelfde ziekteoorzaak als waarvoor betrokkene reeds een uitkering ontving.
De rechtbank Rotterdam vernietigde het besluit van het UWV en gaf appellant opdracht een nieuw besluit te nemen, mede omdat de motivering ontbrak en er onduidelijkheid bestond over de relatie tussen de hartklachten en de suikerziekte. In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het standpunt van appellant onderschreven dat de beperkingen door de suikerziekte reeds in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) waren opgenomen en dat de toegenomen klachten niet leidden tot een zwaardere beperking dan reeds was vastgesteld.
De Raad stelde vast dat de bloedsuikerwaarden van betrokkene in de relevante periode niet zodanig waren dat er sprake was van een ontregeling die een herziening van de WAO-uitkering rechtvaardigde. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit wordt gehandhaafd.