ECLI:NL:CRVB:2008:BC5866
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WAO-uitkeringsbesluit na bedrijfsongeval en medische beoordeling
Appellante raakte op 6 februari 2003 arbeidsongeschikt door een bedrijfsongeval waarbij haar rechterarm gekneusd werd en liep later een brandwond op haar rechterhandrug op. Het UWV stelde op basis van medisch en arbeidsdeskundig onderzoek vast dat zij belastbaar was voor lichte werkzaamheden en dat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg, waardoor geen WAO-uitkering werd toegekend.
Appellante maakte bezwaar en beroep tegen dit besluit, stellende dat zij ernstiger beperkt was door pijnklachten en fysieke beperkingen. De rechtbank raadpleegde een neuroloog die geen objectieve afwijkingen vond en de medische beoordeling van het UWV onderschreef. De Centrale Raad van Beroep vond geen reden om aan de juistheid van de medische grondslag te twijfelen en bevestigde het besluit.
De Raad benadrukte dat de door het UWV gehanteerde functies passend waren bij de belastbaarheid van appellante en dat ook de behandelend neuroloog een discrepantie had vastgesteld tussen subjectieve klachten en objectieve bevindingen. Appellante bracht geen nieuwe medische verklaringen in hoger beroep die het oordeel konden wijzigen.
Daarmee werd het beroep ongegrond verklaard en het bestreden besluit gehandhaafd, waarmee de weigering van de WAO-uitkering definitief werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV dat appellante geen WAO-uitkering krijgt wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.